Stress & Burnout


 

RSI en STRESS en burnout

Er is een verband tussen RSI en stress, maar wat voor?

Sommige buitenstaanders menen dat RSI 'tussen de oren' zit en bedoelen daarmee dat het psychisch is, oftewel niks aan de hand en enkel aanstellerij. (Het is vreemd dat het psychische niet en het lichamelijke wèl serieus genomen wordt door patiënten en omstanders, maar dat is een apart verhaal.)

'Stress' en 'psychisch' zijn echter niet aan elkaar gelijk. Stress is namelijk, net als RSI, in feite een lichamelijke reactie die te ver is doorgeschoten. De term burnout wordt hierbij ook vaak gebruikt. Die kan twee verschillende toestanden aanduiden, meestal doelt men met burnout op een overmaat aan stress, vroeger vaak overspannenheid genoemd. Van oudsher is burnout de term voor overspannenheid van mensen in hulpverlenende beroepen; naast de bekende stresssymptomen (zie hieronder) wordt hun stemming getypeerd door cynisme. Ze distantiëren zich van alles waar ze vol idéalisme jaren voor gewerkt hebben - ze geloven nergens meer in.

Hieronder het verband - en de vele verschillen! - tussen RSI en stress.

Dit gebeurt er bij RSI

Theorieën over het ontstaan van RSI klachten (bron TNO-Arbeid):

Spieraandoeningen - statische belasting:

Deze ontstaan door lang zonder pauzes in dezelfde houding te werken - statische belasting. Verhoogde druk in de spier vermindert de doorbloeding en dus ook de aanvoer van voedingsstoffen voor de energievoorziening en de afvoer van afvalstoffen. Dit veroorzaakt pijn met nog meer spierspanning als gevolg. Bij langdurige verstoring van de bloedcirculatie kunnen daardoor blijvende (micro)beschadigingen van de spieren ontstaan.

Zenuwklachten - statische belasting: Deze kunnen ontstaan door statische belasting van de nek en/of schouderspieren, waardoor de armzenuwen bekneld raken en tintelingen of een doof gevoel in de arm kunnen onstaan.

Steeds dezelfde bewegingen, al of niet met kracht of met extreme standen van de gewrichten (pols, elleboog). Wrijving van pezen in peesscheden of over botten, en druk op spieren, pezen en zenuwen, zorgt voor beknelling en ontsteking van deze structuren. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij het carpale tunnelsyndroom (pols) en bij peesontstekingen.

Bij stress (zie hieronder) ontstaat vaak extra spierspanning, met name in de schouders. Als gevolg daarvan zullen bovenstaande negatieve effecten worden bevorderd. Maar die spierspanning is slechts één van de stresssymptomen. Veel belangrijker is het effect dat de stresshormonen op het hele lichaam hebben. Stress hangt dus wel samen met RSI, maar het is absoluut niet hetzelfde. Bij RSI zit de oorzaak in houding en beweging, maar bij stress zit de oorzaak in onoplosbare problemen in de omgeving of in de eigen gedachten. Wat niet wegneemt dat iemand met RSI daardoor natuurlijk flink in de problemen kan raken, die hij vaak niet snel kan oplossen. Dat er stress bijkomt is dus niet zo gek, vooral als je omgeving niet goed reageert.

STRESS

Stress is een lichamelijke reactie op problemen. Het is pas een probleem als de stresstoestand te lang duurt zonder ontspanning tussendoor. Problemen op zich vormen vaak niet de stressbron, maar het idee ze niet te kunnen oplossen - dat fnuikende gevoel van machteloosheid dat we al vaker in dit boek bespraken. Stress brengt bepaalde hormonen in je lijf - bedoeld om te vechten of om weg te vluchten; het is een dierlijke reactie - en als die hormonen te lang aanwezig zijn of in een te hoge dosis, dan kun je een heel scala van symptomen krijgen. Het beruchte 'aanspannen van de spieren' waar RSI-lijders extra pijn door krijgen is er één van.

Stresssignalen:

- vaker verkouden of grieperig, of trager herstellen

- pijnlijke of stijve hoofd, nek, schouders of rug

- maagpijn of darmklachten

- oorsuizen, duizeligheid, dubbelzien

- moeheid

- slecht in slaap komen of 's nachts wakker worden

- zweterigheid, hartkloppingen

- meer angst, bijvoorbeeld in het verkeer

- meer zorgen over anderen

- prikkelbaarheid, een voortdurend gevoel van ergernis

- eenzaamheid, het gevoel er helemaal alleen voor te staan

- sneller huilen of een brok in je keel krijgen

- niet te begrijpen wisselingen in je stemming

- machteloos opgejaagd gevoel, overweldigd

- vergeetachtigheid, slechte concentratie

- minder nuances zien, zwart/wit denken

- minder vindingrijk zijn

- vaak duf of slaperig voelen

- gevoel voor humor kwijt zijn

- malende gedachten, piekeren zonder oplossing

- vluchtfantasieën, ongepaste verliefdheid

- bazigheid of klachten van anderen hierover

- snel vitten als iemand een fout maakt

- rusteloosheid, niet kunnen stil zitten en niks doen

- besluiteloosheid, dingen niet af kunnen maken

- 's nachts angstig dromen of tandenknarsen

- overmatig drinken, roken, eten, kauwgom kauwen - chagrijnig zijn op zondagavond (als werk de oorzaak is).

Om te weten hoe stress-bestendig je bent, streep je alles aan waar je de afgelopen maand last van had. Als je in elk blokje één of meer signaal aanstreepte, is het handig om eens te gaan bezien hoe je je leven minder stressvol kunt maken.

Oorzaken van stress

Er zijn drie verschillende oorzaken voor teveel stress: gebeurtenissen in je leven, je werksituatie en je eigen gedachten. Als je overspannen bent zul je moeten onderzoeken wat daarvan de oorzaken geweest zijn en die proberen weg te nemen. Die laatste oorzaak, je eigen gedachten, wordt daarbij vaak over het hoofd gezien.

Beruchte 'gedachtenproblemen' op het werk zijn:

· perfectionisme, geen fouten mogen maken van jezelf

· willen dat iedereen je aardig en goed vindt, wat onmogelijk is

· je verantwoordelijk voelen voor dingen waar je geen invloed op hebt

· niet willen toegeven dat je het niet aankunt

· te weinig je eigen terrein verdedigen omdat je vindt dat dat niet mag

Een vaardigheid die we 'assertiviteit' noemen helpt zeer om je eigen stressniveau aanvaardbaar te houden. Het stelt je in staat om bijtijds 'nee' te zeggen en om hulp te vragen, op een zondanige manier dat daardoor geen ruzies ontstaan en dat ook anderszins de relaties niet onnodig geschaad worden.

Haast is tegenwoordig bij ons heel gewoon. Niemand lijkt er van te schrikken als er daardoor fouten worden gemaakt. De klanten zijn vaak heel tevreden omdat we de fouten zo snel en zo soepel herstellen. Zelf vind ik het onthutsend dat niemand zich schaamt voor de gemaakte fouten. 'O, dat is fout gegaan, maar daar weet ik wel wat op'. Nooit vraagt iemand zich af op welke manier de fout is ontstaan. Nooit merk ik dat mijn collega's liever fouten willen voorkomen, net als ik. Ik schaam me dood voor mijn bedrijf, ik wordt doodzenuwachtig van alle missers en ik probeer wanhopig om mijn collega's zorgvuldiger te laten werken. Maar omdat het niemand wat kan schelen ben ik intussen een soort don Quichotte geworden die windmolens bestrijdt. Ik ben de enige die er last van heeft.

Wat betreft de levensgebeurtenissen die stress geven, wil ik nog aangeven dat het hier niet alleen negatieve ervaringen betreft. Ook positieve veranderingen, zoals verhuizen, een relatie aangaan, samenwonen, een kind krijgen, een opleiding afmaken etc. veroorzaken stress. Dat zit hem erin dat die gebeurtenissen een verandering van je zelfbeeld geven - het vergt psychologische arbeid om je aan te passen aan de nieuwe situatie. Zo is het bekend dat nogal wat mensen depressief worden op het moment dat ze net een mooie promotie hebben gemaakt die ze graag wilden. Voor de werk-oorzaken van stress geldt dat het niet zozeer de problemen zijn die stress geven, als wel het onvermogen om ze op te lossen. Het eerder genoemde 'gebrek aan regelmogelijkheden'. De volgende kenmerken van de werksituatie leveren medewerkers stress op:

Het geeft spanning als je niet zeker weet of je je werk goed gedaan hebt. Mensen die geen zicht krijgen op het nut en de kwaliteiten van hun eigen activiteiten lopen meer stressrisico. Zelfs horen wat je fout hebt gedaan, geeft bevrediging, het stelt je immers in staat om het de volgende keer goed te doen; je krijgt daardoor greep op je werk. Een grote werkhoeveelheid hoeft geen stress op te leveren, mits de medewerker in staat is om de druk op te vangen, bijvoorbeeld door iemand anders in te schakelen. Hetzelfde geldt voor piekdrukte. Een caissière kan heel zenuwachtig worden als de rijen al te lang worden. De klanten gaan mopperen en zij voelt zich niet in staat het probleem op te lossen. Als zij bij een groeiende rij kan bellen zodat er een andere kassa wordt geopend, hoeft zij niet te schrikken op het moment dat de rij begint te groeien; zij weet immers dat zij er iets aan kan doen.

Een andere stressfactor is het gebrek aan sociale contacten op het werk. Als het werk je niet in staat stelt om met je collega's te praten, hetzij door teveel lawaai, hetzij omdat je geen pauzes krijgt, mis je een belangrijke bron van ontspanning. Overigens kunnen collega's ook een stressfactor zijn, bijvoorbeeld in geval van pesten of seksuele intimidatie. Vooral als het grappenderwijs gebeurt, is het vaak heel moeilijk om een dergelijke negatieve omgangsvorm te keren. De allerbelangrijkste persoon in de stressbestrijding is echter de baas. Als stressinvloeden op het werk met hem besproken kunnen worden is de helft van het probleem al opgelost, zelfs als hij niet in staat is om alle stress weg te nemen. Een leidinggevende die geen vertrouwen geeft maar zijn mensen argwanend controleert, of die niet wil luisteren naar je klachten zal het stressniveau alleen maar opjagen. Dan is er nog het overleg. Overleg op het werk is bedoeld om ieders mening te horen en beslissingen te nemen die optimaal zijn. Slecht overleg geeft echter ergernissen en ontneemt de medewerker het gevoel invloed te kunnen uitoefenen. Het gebeurt nog wel eens dat medewerkers hun klachten alleen in de wandelgangen maar niet in het werkoverleg aan de orde stellen omdat ze het vertrouwen verloren hebben dat het wat uitmaakt als zij zeggen wat zij er van vinden.

Mensen willen nuttig zijn, erkenning krijgen, ergens bijhoren, en gehoord worden - daar komt het op neer bij de bestrijding van werkstress. Gebeurt dat onvoldoende, en weet je er geen compensatie voor te vinden, dan kom je in stress-moeilijkheden.

Zes pijlers van stressweerbaarheid

Bij hoge stress is het belangrijk de oorzaak daarvan te zoeken en te proberen die weg te nemen. Vaak lukt het niet, of soms wil je het niet, bijvoorbeeld als de stressoorzaak de nieuwe baan is. In dat geval is het goed te weten je weerbaarheid te vergroten om te zorgen dat je er beter tegen kunt. Er zijn grofweg zes pijlers van weerbaarheid - probeer te werken aan alle zes. Wees daarbij vriendelijk voor jezelf, doe het op de leukste manier, maar wees wel consequent in het zorgen voor jezelf.

1. Lichamelijke conditie

Meer dan ooit is het bij stress nodig om gezond te eten, weinig te drinken en te roken, voldoende uren te slapen, regelmatig lichaamsbeweging te zoeken. Elke dag een half uur wandelen minstens. De moeheid van stress gaat niet weg met extra veel slapen, wel met een heel regelmatig slaap. Lichamelijk moe worden door sporten kan een verademing zijn als je moe bent van je getob - je slaapt en eet er beter door. Leer jezelf te ontspannen - dat kan via yoga, buikademhaling, spierontspanningsoefeningen of via visualisatie van ontspannende situaties.

2. Sociale contacten

Iedereen heeft mensen nodig. Laat moeheid je niet in een isolement dwingen. Zoek die mensen op waarbij je je lekker voelt. Zoek manieren waarop je stressgevoel je niet al te erg stoort - nodig de mensen bij je thuis, of houdt de contacten korter dan anders. Je hoeft echt niet met iedereen over je problemen te praten - integendeel - gewoon samen iets praktisch doen of samen lachen om een film is prima ontspanning.

3. Zoek oppeppers

Oppeppers zijn bezigheden waar je ontspannen van wordt of waar je je juist energiek van gaat voelen. Er zijn heel veel kleine, gratis oppeppers voorhanden. Zoek uit wat jou helpt. Denk aan eenvoudige bezigheden, iets maken, iets moois beleven, liefde ervaren, etc. Sommige mensen peppen zich op door naar de lucht te kijken, anderen door hun kleinkinderen te bellen.

4. Organiseer je leven

Ook het organiseren van de praktische kant van je leven helpt bij stressbestrijding: het huishouden, de maaltijden, de gewoontes en taakverdeling met je huisgenoten ... dat kan je anders organiseren, zodanig dat jij meer oppeppers krijgt en minder afknappers (frustrerende bezigheden waar je moe of moedeloos van wordt).

5. Zorg voor rust in je hoofd

Zorg dat je geen onaffe taken hebt en jezelf niet pijnigt met informatie. Bijvoorbeeld: laat de post dicht; als je hem opent, beantwoordt dan alles direct of gooi de post weg waar je niks mee wilt. Onaffe zaken zijn erg vermoeiend voor een gespannen hoofd. Doe hetzelfde met andere kwesties die je ze niet wilt of kunt oplossen; blijf er dan niet mee bezig. Leg ze als het ware even weg (ik stel me daarbij altijd voor dat ik ze in een doosje doe, in de kast leg en de deur op slot doe; dan zeg ik tegen mezelf: daar ga ik me volgende week pas weer mee bezig houden). Laat geen informatie je hoofd binnenkomen die je stoort. Je hoeft bijv. geen kranten te lezen en naar het journaal te kijken als je niet wilt. En veel beleidsnota's op het werk kun je ook best missen.

6. Zingeving

Wat wil je met je leven? Wat is voor jou van wezenlijk belang? Stel je voor dat je 80 bent en dan terug kijkt op deze jaren - wat zou je daar van vinden, hoe zou je ze willen doorgebracht hebben? En stel je voor dat je morgen sterft - hoe zou je vandaag willen doorbrengen? Ieder geeft zelf zijn leven zin, haal jou persoonlijke waarden eens tevoorschijn - dan weet je weer waar het jou om gaat. Dan kan je je prioriteiten beter stellen - dan leer je te leven in de breedte van het hier en nu. Dan concentreer je je op de dingen die voor jou van belang zijn.